| Meetperiode | Utrecht | Nederland |
|---|---|---|
| 2022 | 365 | 5.675 |
| 2023 | 375 | 5.525 |
| 2024 | 365 | 5.425 |
| 2025 | 360 | 5.215 |
| 2026 | 350 | 5.185 |
Vestigingen op 1 januari. Tot en met 2024 zijn de cijfers definitief, de standen over 2025 en 2026 zijn voorlopig. Onafhankelijke afronding kan een klein verschil opleveren. CBS StatLine 81578NED; selectie 380200, PV26.
De meetpunten voor Utrecht
Het verloop in Utrecht begint bij 365 in 2022 en bereikt 350 in 2026. In volgorde van de meetpunten zijn de tussenstappen +10, -10, -5, -10 vestigingen. De grootste absolute stap voor Bloemen-, dierenwinkels, tuincentra valt tussen 2022 (365) en 2023 (375). In deze selectie geldt 2026 met 350 als laagste meetpunt, en 2023 met 375 als hoogste. De eindwaarde ligt daarmee 25 onder dat maximum en 0 boven het minimum van Utrecht.
Hoe verhoudt Bloemen-, dierenwinkels, tuincentra zich tot het gebied?
Van 2022 tot 2026 verschoof het totaal voor Utrecht van 194.320 naar 222.820 vestigingen. De verandering binnen Bloemen-, dierenwinkels, tuincentra was -15, bij een totale regionale beweging van +28.500. In 2022 kwam de categorie daarmee uit op 0,19 procent van Utrecht en in 2026 op 0,16 procent. Binnen dezelfde regio heeft Overige kredietverstrekking een bijna zo grote telling (350), vanuit 400 bij het eerste meetpunt. Sommige branchegroepen binnen de bron overlappen; deze twee categorieën zijn apart vergeleken.
Binnen de bredere bedrijfstak Detailhandel (niet in auto's)
Het CBS deelt Bloemen-, dierenwinkels, tuincentra in onder de bredere SBI-afdeling 47 (Detailhandel (niet in auto's)). In Utrecht omvat die in 2026 15.450 vestigingen, waarvan 350 in de specifiek geselecteerde categorie vallen. Dat geeft een aandeel van 2,27 procent. Voor Nederland komt Bloemen-, dierenwinkels, tuincentra binnen dezelfde afdeling uit op 5.185 van 206.250, dus 2,51 procent. In 2022 was de verhouding voor Utrecht nog 365 op 13.925 (2,62 procent).
Voor de afdeling Detailhandel (niet in auto's) vermeldt de oprichtingenstatistiek in Utrecht over 2025 1.680 nieuwe vestigingen. Die telling hoort bij het bredere niveau 47. Wie de 1.680 als nieuwe vestigingen van alleen Bloemen-, dierenwinkels, tuincentra zou beschrijven, gebruikt de verkeerde afbakening. Ter voorbereiding op een locatiebezoek kun je dus de actuele stand van 350 in Utrecht vergelijken met de instroom van de bredere afdeling, mits je in de bespreking de twee categorieën uit elkaar houdt.
Van Utrecht naar de landelijke reeks
Voor heel Nederland bedraagt Bloemen-, dierenwinkels, tuincentra in 2026 5.185 vestigingen; in 2022 waren het er 5.675. De landelijke beweging over dat venster komt neer op -8,6%, tegenover -4,1% voor Utrecht. In absolute aantallen ligt Nederland -490 ten opzichte van de beginmeting. Het aandeel van Utrecht in de nationale reeks gaat van 6,43 naar 6,75 procent. Dat verloopt niet noodzakelijk in dezelfde richting als het aandeel van Bloemen-, dierenwinkels, tuincentra binnen het regionale totaal van 222.820.
Welke gebieden lijken op de eindstand?
Onder de 12 vergelijkbare gebieden met een positieve meetwaarde voor Bloemen-, dierenwinkels, tuincentra en een beschikbare beginmeting zijn er 6 met een hogere eindstand dan Utrecht. De stand van 350 is binnen deze selectie niet gedeeld. Het dichtst in absolute aantallen komt Overijssel met 375, gevolgd door Limburg met 430. Relatief aan het eigen regionale totaal lopen de andere gebieden van 0,13 procent in Flevoland tot 0,32 procent in Limburg. Ter vergelijking staat Utrecht op 0,16 procent voor Bloemen-, dierenwinkels, tuincentra.
Van een provinciale beweging naar een bezichtiging
Begin voor een locatieverkenning bij Bloemen-, dierenwinkels, tuincentra in Utrecht met de provinciale telling van 350. Onderzoek vervolgens één eigen verzorgingsgebied. Hoeveel van zulke vestigingen kom je binnen dat gebied werkelijk tegen? Controleer naast de kaart ook Overige kredietverstrekking, waarvoor het CBS in Utrecht 350 vestigingen vermeldt. Een onderneming die op straat hetzelfde publiek lijkt te bedienen kan onder een andere bedrijfsactiviteit vallen. In Overijssel bedraagt de telling voor Bloemen-, dierenwinkels, tuincentra 375; voor een locatiegesprek blijft de lokale afstand belangrijk.
Vragen voor het vervolg
- Welke waarneming op locatie zou een provinciale ontwikkeling in perspectief plaatsen?
- Bij welke twee meetpunten binnen Bloemen-, dierenwinkels, tuincentra zou je eerst extra context opvragen?
- Wat heb je naast de telling voor Utrecht nodig om de volgende stap te onderbouwen?
Bronnen
Welke bron wil je onderzoeken?
Welke locatie of ontwikkeling binnen Bloemen-, dierenwinkels, tuincentra in Utrecht wil je verder uitzoeken?
