| Meetperiode | Utrecht | Nederland |
|---|---|---|
| 2022 | 90 | 5.765 |
| 2023 | 85 | 5.700 |
| 2024 | 70 | 4.905 |
| 2025 | 70 | 4.675 |
| 2026 | 70 | 4.710 |
Vestigingen op 1 januari. Tot en met 2024 zijn de cijfers definitief, de standen over 2025 en 2026 zijn voorlopig. Onafhankelijke afronding kan een klein verschil opleveren. CBS StatLine 81578NED; selectie 302400, PV26.
De meetpunten voor Utrecht
Het verloop in Utrecht begint bij 90 in 2022 en bereikt 70 in 2026. In volgorde van de meetpunten zijn de tussenstappen -5, -15, 0, 0 vestigingen. De grootste absolute stap voor Teelt van bloembollen en sierplanten valt tussen 2023 (85) en 2024 (70). In deze selectie geldt 2024 met 70 als laagste meetpunt, en 2022 met 90 als hoogste. De eindwaarde ligt daarmee 20 onder dat maximum en 0 boven het minimum van Utrecht.
Hoe verhoudt Teelt van bloembollen en sierplanten zich tot het gebied?
Van 2022 tot 2026 verschoof het totaal voor Utrecht van 194.320 naar 222.820 vestigingen. De verandering binnen Teelt van bloembollen en sierplanten was -20, bij een totale regionale beweging van +28.500. In 2022 kwam de categorie daarmee uit op 0,05 procent van Utrecht en in 2026 op 0,03 procent. Binnen dezelfde regio heeft Bouwmarkten een bijna zo grote telling (70), vanuit 75 bij het eerste meetpunt. Sommige branchegroepen binnen de bron overlappen; deze twee categorieën zijn apart vergeleken.
Binnen de bredere bedrijfstak Landbouw
Het CBS deelt Teelt van bloembollen en sierplanten in onder de bredere SBI-afdeling 01 (Landbouw). In Utrecht omvat die in 2026 3.285 vestigingen, waarvan 70 in de specifiek geselecteerde categorie vallen. Dat geeft een aandeel van 2,13 procent. Voor Nederland komt Teelt van bloembollen en sierplanten binnen dezelfde afdeling uit op 4.710 van 78.310, dus 6,01 procent. In 2022 was de verhouding voor Utrecht nog 90 op 3.265 (2,76 procent).
Voor de afdeling Landbouw vermeldt de oprichtingenstatistiek in Utrecht over 2025 115 nieuwe vestigingen. Die telling hoort bij het bredere niveau 01. Wie de 115 als nieuwe vestigingen van alleen Teelt van bloembollen en sierplanten zou beschrijven, gebruikt de verkeerde afbakening. Ter voorbereiding op een locatiebezoek kun je dus de actuele stand van 70 in Utrecht vergelijken met de instroom van de bredere afdeling, mits je in de bespreking de twee categorieën uit elkaar houdt.
Van Utrecht naar de landelijke reeks
Voor heel Nederland bedraagt Teelt van bloembollen en sierplanten in 2026 4.710 vestigingen; in 2022 waren het er 5.765. De landelijke beweging over dat venster komt neer op -18,3%, tegenover -22,2% voor Utrecht. In absolute aantallen ligt Nederland -1.055 ten opzichte van de beginmeting. Het aandeel van Utrecht in de nationale reeks gaat van 1,56 naar 1,49 procent. Dat verloopt niet noodzakelijk in dezelfde richting als het aandeel van Teelt van bloembollen en sierplanten binnen het regionale totaal van 222.820.
Welke gebieden lijken op de eindstand?
Onder de 12 vergelijkbare gebieden met een positieve meetwaarde voor Teelt van bloembollen en sierplanten en een beschikbare beginmeting zijn er 9 met een hogere eindstand dan Utrecht. De stand van 70 is binnen deze selectie niet gedeeld. Het dichtst in absolute aantallen komt Groningen met 75, gevolgd door Zeeland met 55. Relatief aan het eigen regionale totaal lopen de andere gebieden van 0,05 procent in Fryslân tot 0,26 procent in Noord-Brabant. Ter vergelijking staat Utrecht op 0,03 procent voor Teelt van bloembollen en sierplanten.
Van een provinciale beweging naar een bezichtiging
Begin voor een locatieverkenning bij Teelt van bloembollen en sierplanten in Utrecht met de provinciale telling van 70. Onderzoek vervolgens één eigen verzorgingsgebied. Hoeveel van zulke vestigingen kom je binnen dat gebied werkelijk tegen? Controleer naast de kaart ook Bouwmarkten, waarvoor het CBS in Utrecht 70 vestigingen vermeldt. Een onderneming die op straat hetzelfde publiek lijkt te bedienen kan onder een andere bedrijfsactiviteit vallen. In Groningen bedraagt de telling voor Teelt van bloembollen en sierplanten 75; voor een locatiegesprek blijft de lokale afstand belangrijk.
Vragen voor het vervolg
- Welke waarneming op locatie zou een provinciale ontwikkeling in perspectief plaatsen?
- Bij welke twee meetpunten binnen Teelt van bloembollen en sierplanten zou je eerst extra context opvragen?
- Wat heb je naast de telling voor Utrecht nodig om de volgende stap te onderbouwen?
Bronnen
Welke bron wil je onderzoeken?
Welke locatie of ontwikkeling binnen Teelt van bloembollen en sierplanten in Utrecht wil je verder uitzoeken?
