Franchiseradar
Veldnotities 2 min lezen

Waar winkelt de buurt en wie winkelt hier? Twee verschillende koopstromen.

Een rapport zegt dat een gemeente een groot deel van de bestedingen van eigen inwoners vasthoudt. Even verderop staat dat een aanzienlijk deel van de winkelomzet uit andere plaatsen komt. Een lezer denkt dat beide percentages samen boven de honderd procent uitkomen. Dat kunnen ze inderdaad, want ze beantwoorden twee andere vragen. De eerste volgt de portemonnee van de inwoner. De tweede kijkt naar wat er op de aankoopplaats wordt uitgegeven.

Blauwe glasgevels van kantoorgebouwen in Amsterdam-Zuid, van onderaf gezien.
Veldnotities Damian Kamp · Unsplash
01

Teken eerst de route van de eigen inwoners

In de begrippenlijst van het Koopstromenonderzoek gaat binding over het kopen door inwoners binnen hun eigen gebied. Als percentage wordt die stroom afgezet tegen het bestedingspotentieel van de betreffende inwoners. Spreek het gebied en de productgroep af voordat je gaat rekenen. Dezelfde aankoop kan voor een dorp buiten het gebied vallen en toch binnen de eigen gemeente of provincie blijven. Let ook op online aankopen en eventuele toeristische bestedingen. De gekozen onderzoekseditie bepaalt hoe dergelijke stromen in de cijfers terechtkomen.

02

Kijk vervolgens vanaf de winkeldeur naar binnen

Neem voor een eenvoudige oefening honderd euro bestedingspotentieel van de eigen inwoners in één productgroep. Daarvan geven zij zestig euro in de gemeente uit en veertig euro daarbuiten. Hun binding is dus zestig procent. Stel vervolgens dat bezoekers van buiten de gemeente nog veertig euro bij de winkels binnen de gemeente besteden. De plaatselijke winkels ontvangen nu samen honderd euro, waarvan veertig procent van buiten komt. Verdubbelt uitsluitend de besteding van buiten naar tachtig euro, dan blijft de binding van inwoners zestig procent. Het aandeel van buiten in de lokale besteding wordt dan tachtig van 140 euro, ongeveer 57 procent.

03

Vervang omzet niet door aantallen mensen

Bestedingen in geld vertellen weinig over het aantal winkelende personen of de drukte bij een specifieke deur. Een klein aantal grote aankopen kan veel euro’s toevoegen met weinig passages. Vraag of de cijfers op enquêteantwoorden, ramingen of registraties steunen en lees de werkwijze voor het gebruikte jaar. Een studie van de dagelijkse boodschappen is geen betrouwbare onderbouwing voor dagelijkse vraag naar bijvoorbeeld meubels. Vermeld het onderzoeksgebied en de selectie van branches bij elke conclusie die je voor ondernemers schrijft.

04

Vertaal het onderzoek naar een plaatselijke vraag

Een kandidaat die vooral op forenzen mikt, kan met een koopstroomrapport zien welke vervolgvraag de moeite waard is. Komen bezoekers van buiten ook op het tijdstip waarop de zaak open wil zijn, en langs welke route? Observeer dat afzonderlijk en kijk naar bereikbaarheid tijdens een gewone week. Gebruik de term toevloeiing alleen bij de instroom die de bron werkelijk beschrijft. Dan blijft het mogelijk om verruiming van een lokale markt te bespreken zonder de bestedingen van eigen inwoners en die van bezoekers door elkaar te tellen.

Vragen voor het vervolg

  • Welk geografisch gebied geldt als eigen gebied?
  • Welke noemer staat onder het genoemde percentage?
  • Worden personen, bezoeken of geraamde bestedingen vergeleken?

Bronnen

Franchiseradar

Welke bron wil je onderzoeken?

Volg bij binding de bestedingen van inwoners en bij toevloeiing de herkomst van de bestedingen op de aankoopplaats.