Franchiseradar
Veldnotities 3 min lezen

Hoe verandert het vestigingsbeeld voor Brood- en deegwarenindustrie in Utrecht?

De vestigingskaart voor Utrecht telt in 2026 370 adressen in de statistische categorie Brood- en deegwarenindustrie. Op de peildatum voor 2022 ging het om 350 vestigingen. De betekenis van die telling hangt af van het schaalniveau. Binnen Utrecht maakt Brood- en deegwarenindustrie ongeveer 0,17 procent van alle vestigingen uit, terwijl Utrecht zelf 7,29 procent van het Nederlandse branchetotaal vertegenwoordigt. Die twee verhoudingen beschrijven een andere vraag over dezelfde 370 vestigingen.

Blauwe glasgevels van kantoorgebouwen in Amsterdam-Zuid, van onderaf gezien.
Veldnotities Damian Kamp · Unsplash
bedrijfsvestigingen voor Brood- en deegwarenindustrie
MeetperiodeUtrechtNederland
20223504.655
20233554.760
20243604.915
20253654.875
20263705.075

Vestigingen op 1 januari. Tot en met 2024 zijn de cijfers definitief, de standen over 2025 en 2026 zijn voorlopig. Onafhankelijke afronding kan een klein verschil opleveren. CBS StatLine 81578NED; selectie 309600, PV26.

01

De meetpunten voor Utrecht

Het verloop in Utrecht begint bij 350 in 2022 en bereikt 370 in 2026. In volgorde van de meetpunten zijn de tussenstappen +5, +5, +5, +5 vestigingen. De grootste absolute stap voor Brood- en deegwarenindustrie valt tussen 2022 (350) en 2023 (355). In deze selectie geldt 2022 met 350 als laagste meetpunt, en 2026 met 370 als hoogste. De eindwaarde ligt daarmee 0 onder dat maximum en 20 boven het minimum van Utrecht.

02

Hoe verhoudt Brood- en deegwarenindustrie zich tot het gebied?

Van 2022 tot 2026 verschoof het totaal voor Utrecht van 194.320 naar 222.820 vestigingen. De verandering binnen Brood- en deegwarenindustrie was +20, bij een totale regionale beweging van +28.500. In 2022 kwam de categorie daarmee uit op 0,18 procent van Utrecht en in 2026 op 0,17 procent. Binnen dezelfde regio heeft Groothandel in overige non-food een bijna zo grote telling (370), vanuit 405 bij het eerste meetpunt. Sommige branchegroepen binnen de bron overlappen; deze twee categorieën zijn apart vergeleken.

03

Binnen de bredere bedrijfstak Voedingsmiddelenindustrie

Het CBS deelt Brood- en deegwarenindustrie in onder de bredere SBI-afdeling 10 (Voedingsmiddelenindustrie). In Utrecht omvat die in 2026 680 vestigingen, waarvan 370 in de specifiek geselecteerde categorie vallen. Dat geeft een aandeel van 54,41 procent. Voor Nederland komt Brood- en deegwarenindustrie binnen dezelfde afdeling uit op 5.075 van 9.560, dus 53,09 procent. In 2022 was de verhouding voor Utrecht nog 350 op 610 (57,38 procent).

Voor de afdeling Voedingsmiddelenindustrie vermeldt de oprichtingenstatistiek in Utrecht over 2025 55 nieuwe vestigingen. Die telling hoort bij het bredere niveau 10. Wie de 55 als nieuwe vestigingen van alleen Brood- en deegwarenindustrie zou beschrijven, gebruikt de verkeerde afbakening. Ter voorbereiding op een locatiebezoek kun je dus de actuele stand van 370 in Utrecht vergelijken met de instroom van de bredere afdeling, mits je in de bespreking de twee categorieën uit elkaar houdt.

04

Van Utrecht naar de landelijke reeks

Voor heel Nederland bedraagt Brood- en deegwarenindustrie in 2026 5.075 vestigingen; in 2022 waren het er 4.655. De landelijke beweging over dat venster komt neer op +9%, tegenover +5,7% voor Utrecht. In absolute aantallen ligt Nederland +420 ten opzichte van de beginmeting. Het aandeel van Utrecht in de nationale reeks gaat van 7,52 naar 7,29 procent. Dat verloopt niet noodzakelijk in dezelfde richting als het aandeel van Brood- en deegwarenindustrie binnen het regionale totaal van 222.820.

05

Welke gebieden lijken op de eindstand?

Onder de 12 vergelijkbare gebieden met een positieve meetwaarde voor Brood- en deegwarenindustrie en een beschikbare beginmeting zijn er 4 met een hogere eindstand dan Utrecht. De stand van 370 is binnen deze selectie niet gedeeld. Het dichtst in absolute aantallen komt Limburg met 290, gevolgd door Overijssel met 250. Relatief aan het eigen regionale totaal lopen de andere gebieden van 0,17 procent in Groningen tot 0,26 procent in Zeeland. Ter vergelijking staat Utrecht op 0,17 procent voor Brood- en deegwarenindustrie.

06

Van een provinciale beweging naar een bezichtiging

Begin voor een locatieverkenning bij Brood- en deegwarenindustrie in Utrecht met de provinciale telling van 370. Onderzoek vervolgens één eigen verzorgingsgebied. Hoeveel van zulke vestigingen kom je binnen dat gebied werkelijk tegen? Controleer naast de kaart ook Groothandel in overige non-food, waarvoor het CBS in Utrecht 370 vestigingen vermeldt. Een onderneming die op straat hetzelfde publiek lijkt te bedienen kan onder een andere bedrijfsactiviteit vallen. In Limburg bedraagt de telling voor Brood- en deegwarenindustrie 290; voor een locatiegesprek blijft de lokale afstand belangrijk.

Vragen voor het vervolg

  • Welke waarneming op locatie zou een provinciale ontwikkeling in perspectief plaatsen?
  • Bij welke twee meetpunten binnen Brood- en deegwarenindustrie zou je eerst extra context opvragen?
  • Wat heb je naast de telling voor Utrecht nodig om de volgende stap te onderbouwen?

Bronnen

Franchiseradar

Welke bron wil je onderzoeken?

Welke locatie of ontwikkeling binnen Brood- en deegwarenindustrie in Utrecht wil je verder uitzoeken?